|
|
|
|
| |
|
Dag 116: GRATIS OP HET NET
| zaterdag 22 November 2008 - 11:22:29 |
Douane neemt het besluit haar Nieuwe Russen gratis op het net te zetten, daarmee aansluitend bij een in Rusland gangbare praktijk. Te beginnen bij Dmitri Danilov, en wel met de korte tekst die hij onlangs op de universiteiten van Leiden en Amsterdam voorlas: Pervyk tsjelovek:
Man één
Je hebt wel eens dat het tijd is om te gaan, waarom zou je blijven zitten, je moet er eens vandoor, alle zaken zijn inmiddels besproken, of alle gasten zijn huns weegs gegaan, of het wordt gewoon eens tijd, hoog tijd, de hoogste tijd om te gaan, de man begrijpt ook dat het hoog tijd is om te gaan, maar je blijft maar plakken, je wil toch nog iets kwijt, het laatste woord is nog niet gezegd, of het is gewoon gezellig en je wil niet weg, je wil nog wat blijven zitten, maar je moet wel weg, het moet, en dan staat de man op en maakt zich op voor vertrek, het proces van vertrek begint, hij gaat eerst eens naar de wc, dan naar de badkamer, hij wast zijn handen, droogt ze aan de handdoek af, vervolgens begint het gedoe in het kleine halletje, het hele gedoe, hij trekt zijn schoenen aan, maakt zijn veters vast, dat gaat niet, hij maakt zijn veters vast, dan komt man twee, die hem uitlaat, de gang in om hem uit te laten en gaat toe staan kijken hoe die ander, man één, zich gereed maakt voor vertrek, zijn veters vastmaakt, zijn bovenkleren aantrekt, een pakje meeneemt dat hij van man twee heeft gekregen, een aardigheidje misschien, of een boek om te lezen, of een video om te kijken, of een cd om te luisteren, en hij pakt nog iets mee, een paraplu misschien, of een stok, en dan heeft hij eindelijk alles bij elkaar gepakt, en alles aangetrokken, hij moet afscheid nemen, de man zegt een paar formele, nietszeggende woorden, iets van tot kijk of bedankt of tot kijk maar weer of we bellen nog wel of ik bel je nog, je hoeft die woorden helemaal niet te zeggen, ze bevatten werkelijk geen enkele informatie, maar je moet ze wel zeggen, als je niets zegt, als je je gewoon omdraait en wegloopt, is dat niet fraai, hoewel helemaal goed, en man twee zegt als een wauwelende echo de woorden van man één na, en ze maken iets van fysiek contact, hier zijn verschillende varianten mogelijk, ze kussen elkaars gezicht of elkaars handen, of ze omhelzen elkaar of ze geven elkaar een hand, soms ook wel al deze varianten samen, of twee of drie van de vier, want als er helemaal niets van dat al gebeurt, wil dat zeggen dat de relatie van die mensen een oppervlakkig karakter heeft of dat ze ruzie hebben, man één doet de deur open, of man twee doet de deur open, want je moet wel weten hoe het slot opengaat, man één draait zich nog eens om en zegt tot kijk of succes of we bellen nog wel of bel maar, en eindelijk loopt hij weg, en man twee doet de deur dicht, hij doet de deur dicht, hij doet de deur dicht en blijft thuis.
Man één neemt de lift en wacht tot hij komt, of hij neemt de trap als het geen al te hoge verdieping is, de lift komt, de man loopt de trap af, de man gaat in de lift naar beneden, in een lift kun je helemaal niets doen, het is een tijd die je in ledigheid doorbrengt, er komen zelfs geen gedachten bij je op in een lift, je kunt alleen naar de knopjes kijken of naar wat er op de wanden staat, maar waarom zou je dat doen, het zijn de gebruikelijke opschriften, en de man staat niets te doen, het is maar zelden dat je niets hoeft te doen, heel zelden, en dat is dan bijna altijd in een lift, maar als er iemand anders de lift binnenstapt, krijgt het iets ongemakkelijks, de mensen kijken de andere kant op om elkaar niet aan te hoeven kijken, omdat dat natuurlijk compleet van de gekken is – in een lift een vreemde aankijken, de man loopt de trap af, die opschriften, die trap, de stortkoker, de lift komt op de begane grond, vanaf de lift moet je nog een klein trapje af en dan de binnenplaats op, de grijze lucht, de regen en de binnenplaats, de grijze binnenplaats en de lucht, en de man kan iets doen wat schrijvers van literatuur graag beschrijven, ‘rillen van de kou’, ‘de kraag van zijn jas opzetten’ of bijvoorbeeld ‘diep in zijn sjaal duiken’ of ‘onder zijn paraplu kruipen’, maar hij kan ook niets van dat al doen en gewoon door de regen lopen, het regent niet hard, het miezert en het is helemaal niet verplicht om iets op te zetten en ergens in te duiken slaan en te rillen, waarom rillen, de man loopt daar gewoon en als je uit het raam kijkt, kun je de man naar de bushalte zien lopen en bij de bushalte zien staan, het regent, de trolleybus komt eraan, of de gewone bus, of het taxibusje, de man rijdt weg, je ziet hem niet meer, zeker nu de grauwe dag inmiddels een grauwe avond en een zwarte nacht is geworden en man één knikkebollend een heel eind tussen mensen en lichten naar de metro rijdt, een heel eind, een heel groot eind.
EKRU
|
|
|
|
|
|