Net geen negen jaar na zijn benoeming tot stadsdichter van Groningen is van Stefan Nieuwenhuis een roman verschenen waarin ene Hein Heusz hoopt te worden benoemd tot stadsdichter. Omdat ik Nieuwenhuis nog wil interviewen over Zo vergeefs is het niet hou ik mijn oordeel vooralsnog voor me, maar maak ik zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever iets van deze uitgave openbaar:

‘Het systeem is verrot, maar hé, zo is de wereld.

Neem het OCC. Daar presteren ze het om het hele jaar geen bal uit te voeren en in juli, als iedereen met vakantie is, een geweldig groots opgezette dag te organiseren rondom alle thema’s waarvoor ze subsidie krijgen toegeschoven: van talent scouting tot laagdrempelige cultuurparticipatie voor minderheden en mensen uit zwakke postcodegebieden. Er schijnen vier mensen fulltime bezig te zijn het percentage analfabete veertigplus-allochtonen binnen de letterensector op niveau te houden. Allochtonen, vooral de duidelijk herkenbare, zijn er niet zoveel in onze culturele scene, vandaar de subsidie. Ze worden financieel geprikkeld om mee te doen aan de hun wezensvreemde autochtone taalkunst, om het maar eens plat te zeggen. Ze hebben niets met onze kunsten en dat wordt opgelost door ze tijdens poëzieslams de maat te laten aangeven op een trommel. Of ze worden vooraan gezet als de lokale omroep langskomt om te filmen, waarmee in een handomdraai weer een ton of drie is veiliggesteld. Zo houden die clubs zich in stand.’

Voor de cover van Zo vergeefs is het niet schakelde Nieuwenhuis striptekenaar en illustrator Typex in. Uitgever is van het boek – een satirische roman met flappen – is Douane. Ik had bij dit stukje graag een foto geplaatst van een opengeslagen boek, maar dat gaat niet, want het boek klapt steeds dicht. Vooralsnog weiger ik het als teken te zien.