Foto’s presentatie De Luchthaven

Arkady Mitnik maakte bij de presentatie van De Luchthaven prachtige foto’s. Het was dan ook een heel mooie presentatie: Bert Lanting (Volkskrant) interviewde Sergej Lojko over zijn boek en zijn tijd in Oekraïne en het Nodelman kwartet speelde het achtste strijkconcert van Sjostakovitsj én Threnody for the Victims in Ukraine. Het eerste exemplaar werd in ontvangst genomen door Tony van der Togt van het Clingendael Instituut voor internationale betrekkingen. 

 

12968105_10201414165233625_452054496303907338_o     12967465_10201414164393604_5405107672912045701_o 12961402_10201414155793389_6441671678046614721_o     12916918_10201414147393179_5159521123330785951_o 12900960_10201414181954043_733859146435010993_o     12898379_10201414154033345_5904527920488446888_o 12891679_10201414165273626_8801193888545928637_o     12593534_10201414149633235_1856242591830727097_o

 

Boektrailer De Luchthaven

Aanstaande vrijdag 1 april presenteert Uitgeverij Douane in boekhandel Scheltema Sergej Lojko’s De Luchthaven – een roman gebaseerd op de oorlog, afgelopen jaar, tussen Oekraïne en Rusland. Lojko was zelf aanwezig op de luchthaven van Donetsk en maakte daar als Amerikaans-Russisch correspondent de gevechten mee. Later verwerkte hij zijn ervaringen in een roman die een bestseller werd in Oekraïne. Inmiddels zijn de vertaalrechten aan vele landen verkocht en ook de verfilming hangt in de lucht.

Lojko zal rond de presentatie in Nederland aanwezig zijn. Hij maakte met behulp van zijn fotoarchief van de oorlog in Oekraïne een indrukwekkende boektrailer van De Luchthaven.

 

 

 

Ogenblik

Schrijf op de envelop van een ander
wat je in je eigen brief was vergeten.
En wees, op een stap van je moedige dood
degene die God heeft gekend.

Refrein:
En zie hoe de dageraad aanbreekt,
hoe de sneeuw oogverblindend straalt.
Haast je niet, laat hij nog wat wachten,
een ogenblik nog!

Denk terug aan de tuin naast het huis,
waar je als kind heb gedroomd,
waar vader je voorlas voor het slapengaan,
en waar jij toen naast hem zat.

Refrein

Haal je eerste liefde terug,
laat je ziel schrijnen als toen.
Zend haar een laatste glimlach,
dan doet het niet meer zo’n pijn.

Refrein

Schrijf op een simpele envelop
wat je in je brief was vergeten,
wat je in het leven nooit had gezegd,
en wees op een stap van je moedige dood
degene die God heeft gekend.

Hou vol, misschien wacht hij nog even,
een ogenblik…
Geen haast, het voorjaar komt zo,
over een ogenblik…

Onthulling monument Louis Davids en presentatie De Zandstraatbuurt

Het vernieuwde Raamplein aan de kop van het Timmerhuis dat eind vorig jaar werd geopend krijgt op donderdag 24 maart het monument terug dat daar in 1983 werd geplaatst ter ere van het 100e geboortejaar van Louis Davids.

Om 16:00 uur onthult rabbijn Albert Ringer het deels gereconstrueerde monument voor Louis Davids, ontworpen door Matthieu Ficheroux (1925-2003). Aansluitend zingt chansonnière Anouk Dorfmann een lied van Davids.

U bent van harte welkom om het vervolg van de middag bij te wonen in de WTC Art Gallery (ingang: Meent 132b) waar om 17:00 uur Z-Files #14 wordt gepresenteerd door Liesbeth Levy. In deze Z-Files bovendien de presentatie van het bijzondere boek De Zandstraatbuurt en zijn Joodse inwoners.

Er schuiven veel gasten aan, waaronder Jan Donia (auteur van Mathieu Ficheroux: Maker en Melancholicus, 2008), Hans Schippers, Rob Snijders (mede-auteurs De Zandstraatbuurt en zijn Joodse inwoners) en Roland Vonk (Muzikale Voddeman van Rtv Rijnmond). Paul van de Laar (directeur Museum Rotterdam) leest een column, waarna Albert Ringer het eerste exemplaar van De Zandstraatbuurt en zijn Joodse inwoners overhandigt aan wethouder Cultuur Pex Langenberg. Tot slot vertelt Jacques Börger (historicus Museum Rotterdam) over Tuschinski naar aanleiding van de animatie Ode aan de Stad – Tuschinski van kunstenaar Anne-Mercedes Langhorst. Chansonnière Anouk Dorfmann en pianist Johan Hoogeboom zorgen voor de muzikale omlijsting.

Louis Davids (1883-1939) werd geboren aan de Zandstraat. Auteurs Hans Schippers, Rob Snijders, Chris Buitendijk en Albert Ringer maakten een boek over de geschiedenis van de Zandstraat en omgeving, getiteld De Zandstraatbuurt en zijn Joodse inwoners (2016, uitgeverij Douane). Deze straat werd meer dan honderd jaar geleden gesloopt om plaats te maken voor het Stadhuis, en vormde ooit het hart van de Joodse buurt. De wijk de Polder stond bekend als de eerste rosse buurt van Rotterdam, maar dat deze straten een veel rijkere schakering aan bewoners kenden, is veelal onderbelicht gebleven. Speciale prijs voor deze middag: €15 (in plaats van € 17,50)

U bent van harte uitgenodigd namens CBK Rotterdam en Uitgeverij Douane!

Sergej Lojko spreekt tot de Nederlandse lezer in een videoboodschap

Nog zo’n drie weken en dan ligt De Luchthaven in de winkel: de roman van L.A. Times-correspondent Sergej Lojko. Lojko, gelauwerd fotograaf en oorlogsjournalist, was een aantal dagen aanwezig op de luchthaven – aan Oekraïense kant, als Russische Amerikaan, en publiceerde eind september 2015 zijn roman. Het boek bevat ook negentien foto’s die Lojko maakte tijdens de gevechten, en die een jaar geleden de hele wereld over gingen. Lojko was de enige Westerse correspondent die een aantal dagen bij deze slag aanwezig was.

De roman komt uit – niet geheel toevallig – vlak vóór het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. In deze videoboodschap richt Lojko zich tot het Nederlandse volk. Kijk en deel!

 

 

 

De Luchthaven wordt op vrijdag 1 april (vanaf 17:00) gepresenteerd in boekhandel Scheltema, Amsterdam. De auteur zal zelf aanwezig zijn bij de presentatie. Het Nodelman Quartett zal voor de muzikale omlijsting zorgen.

Oorlog en liefde in Oekraïne

Aleksej Moltsjanov (50, Rus en Amerikaan) staat op 30 november 2013 op het Majdan Nezalezjnosti in Kyiv. Even foto’s maken bij de kleine ongeregeldheden rond het opeens niet ondertekenen van het Associatieverdrag met de EU, door de zittende president Janoekovitsj. Over een week weer thuis, in Dallas, bij zijn vrouw Ksjoesja (48)… Het loopt heel anders: die avond wordt Nika (22) in elkaar geslagen, voor zijn ogen. Hij beschermt haar, ontfermt zich over haar…

Het is het begin van een oorlogsodyssee – Kyiv, Krim, Solegorsk – die eindigt op de Luchthaven Roodsteen, het internationale vliegveld van Donetsk. In de roman volgen we het verloop van wat uiteindelijk een echte oorlog wordt en het verloop van twee liefdes, met alle gevolgen van dien.

Een roman over oorlog, een roman over liefde, een roman ook vol spiegelingen en spiegels. In die laatste mag óók de politiek correcte Westerse journalist wel eens wat vaker kijken, als het aan Lojko ligt. Een roman die vragen stelt…

Lojko heeft met De Luchthaven (2015) een krachttoer volbracht: een waarachtig verhaal van oorlog en liefde in het heetst van de strijd. Het verleden van de hoofdpersonen, de laatste vijf dagen van de Luchthaven, de oorlogsverhalen, de ontwikkeling van twee liefdes… Een boek met niet alleen een literaire impact, maar ook een politieke.

Nu is de Nederlandse vertaling voorhanden en het referendum staat voor de deur. Lojko neemt voor het eerst stelling in een oorlog die hij verslaat. Geen enkele oorlog raakte hem ooit zo diep als deze; die van de Oekraïeners tegen de Russen en separatisten. En het is niet alleen de oorlog die hem hevig raakt, maar ook het persoonlijke drama van liefde en dood.

 

______________________________________________________________________________________________
De Sergej-Prokofjev Luchthaven in Donetsk, gloednieuw en ultramodern, viel op 20 januari 2015 in Russische handen, na een Oekraïense verdediging van een half jaar. Sergej Lojko, gelauwerd fotograaf en oorlogsjournalist, was een aantal dagen aanwezig op de luchthaven – aan Oekraïense kant, als Russische Amerikaan, en publiceerde eind september 2015 zijn roman. Het boek bevat ook negentien foto’s die Lojko maakte tijdens de gevechten, en die een jaar geleden de hele wereld over gingen. Lojko was de enige Westerse correspondent die een aantal dagen bij deze slag aanwezig was.

 

 

Verwacht: boek over de Rotterdamse Zandstraatbuurt

Waar nu het Rotterdamse stadhuis staat, bevond zich vroeger één van de beruchtste buurten van het land. De Zandstraat en omgeving werd meer dan honderd jaar geleden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw, maar speelt op veel manieren nog een rol in de stad. Het was immers de plek waar de basis gelegd werd voor allebei moderne vormen van vermaak: van bioscoop en bruine kroeg tot theater en tingel-tangel.
De wijk staat bekend als de eerste rosse buurt van Rotterdam, maar dat deze straten een veel rijkere schakering aan bewoners kenden, is onderbelicht gebleven.
Voor het eerst wordt het Joodse leven van de Zandstraatbuurt in al zijn verscheidenheid onder de loep genomen: van de sjoel tot Louis Davids.

Donderdag 24 maart zal dit boek gepresenteerd worden. Nadere details volgen spoedig!

Presentatie De Luchthaven

Op vrijdag 1 april zal vanaf 17:00 de roman De Luchthaven gepresenteerd worden in boekhandel Scheltema, Amsterdam.
De auteur, fotograaf en journalist voor de Los Angeles Times Sergej Lojko, zal zelf aanwezig zijn bij de presentatie.
Niet alleen de schrijver en zijn producer (Victoria Butenko) zullen in Scheltema zijn, ook het Nodelman Quartett zal daar haar opwachting maken om voor de muzikale omlijsting te zorgen. Luister hier naar een registratie van deze muziekgroep: https://www.youtube.com/watch?v=i2e-gIuy6q0

Sergej Lojko – De Luchthaven

Dit wordt ‘m! Vanaf maart in de winkel: Sergej Lojko – De luchthaven.

Sergej Lojko, gelauwerd fotograaf en oorlogsjournalist van de Los Angeles Times was een aantal dagen aanwezig op De Luchthaven, aan Oekraïense kant, als Russische Amerikaan, en publiceerde eind september 2015 zijn roman.

Nu is de Nederlandse vertaling er bijna – en het referendum.

Het spannendste boek dat u dit jaar zult lezen, gegarandeerd!

De schrijver maakte tijdens zijn verblijf foto’s die later de gehele wereld overgingen. Enkele hiervan zijn als fotospread in het boek geplaatst – hieronder ziet u een voorbeeld.

Klik op de foto’s voor een vergroting.

Lees de flaptekst en bestel het boek hier

luchthaven-test-epiloog-spread                                        luchthaven-test-cover-05                    

 

Recensie Dag van de Opritsjnik op Knack.be

 

“Seks, drugs en orthodoxie”

Een mooie recensie van het Belgische tijdschrift Knack van De dag van de opritsjnik (Vladimir Sorokin).

“Het universum van Sorokin mag dan wel een groteske vervorming zijn van de werkelijkheid: het is tegelijk angstaanjagend herkenbaar.”

Lees de hele recensie van Knack hier!

Vladimir Sorokin is op 4 februari te gast in de Brusselse boekhandel Passa Porta. Tickets via www.passaporta.be

http://www.knack.be/nieuws/boeken/seks-drugs-en-orthodoxie-het-universum-van-vladimir-sorokin/article-normal-652309.html

Dmitri Danilov is jarig en wij trakteren

Dmitri Danilov (1969) is jarig. Uitgeverij Douane trakteert u op een fragment uit zijn jongste roman, uit 2015: Er zijn belangrijker dingen dan voetbal – over de eeuwige haat van de Dynamo-Moskoufan voor al wat Spartak is. De roman verschijnt naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar bij Douane.

_________________________________________________

Voorafgaand aan de wedstrijd tegen Spartak

De volgende tegenstander was Spartak. De grootste vijand. De rivaliteit dateert al uit de jaren dertig. De enige club waartegen hardnekkige, diepgewortelde emoties bestaan.
Om herkomst en karakter van deze emoties te verklaren wordt onderstaand de tekst aangevoerd die anderhalf jaar geleden werd geschreven voor het internettijdschrift Het Russische Leven. Het tijdschrift is inmiddels helaas ter ziele.

Twee – nul

De spelers in het wit met lichtblauwe tenue zijn op het middenveld met de bal aan het klungelen, een pass naar de zijkant, bij de aanname van de bal struikelt de buitenste middenvelder over zijn eigen benen, maar toch houdt hij de bal, het langzaam oprukken naar voren, de pogingen tot een dribbel, een voorzet in het strafschopgebied (bij het uitvoeren van deze voorzet glijdt de middenvelder uit en valt), een klungelige scrimmage voor het doel, een kopbal richting de hemel, een trap om de bal op te ruimen. De stand is 0-1, niet in het voordeel van de ploeg in het wit met lichtblauw.
De spelers in het rood-witte tenue brengen de verdediging van de tegenstander in verwarring met een oneindig aantal korte, nauwkeurige passjes van één keer raken, ‘een-tweetjes’, vrijlopen’, een messcherpe schuiver, de bal gaat niet hard, maar wel precies in de benedenhoek van het doel. Het staat 2-0 voor het team in het rood-witte tenue.
Wat haten wij die lui.
Wij, dat zijn de supporters van Dynamo. Die lui, dat is Spartak (en hun supporters, natuurlijk).

Ik werd als kleine jongen diep doordrongen van een gevoel van sympathie voor Dynamo Moskou, begin jaren tachtig. Mijn eerste gang naar het stadion betrof een wedstrijd van Dynamo tegen Nistra (een hopeloze degradatiekandidaat), Dynamo was de hele wedstrijd bezig te verliezen en sleepte de winst met verschrikkelijk veel pijn en moeite binnen (hoewel alle andere teams die Moldaviërs in de regel met groot gemak en grote cijfers oprolden). Er was iets bijzonders in de combinatie van het grote verleden van Dynamo, de schoonheid van het grote en legendarische stadion met de wit met lichtblauwe tribunes en het sneue, pijnlijke, afzichtelijke spel, de zieltogende toestand van de de grote club. Ik was dolblij toen Nikolaj Latysj de bal toch nog in het Moldavische doel wist te werken, waardoor Dynamo met 2-1 won. (Het ontstaan van deze merkwaardige sympathie staat nauwkeurig beschreven in mijn novelle Huis nummer tien.)
Ik was geen ‘harde kern’, en sowieso heeft voetbal nooit de belangrijkste plaats onder mijn interesses ingenomen, maar ik volgde het proces wel op de voet – ik keek naar de televisie-uitzendingen, las de destijds karige sportpers en ging natuurlijk naar het stadion.
Al heel snel was er die hoofdvijand en dat object van fervente haat. Spartak, natuurlijk.
De animositeit was historisch kun je wel zeggen, de clubs waren in de jaren dertig all water en vuur en de harde kern beleed haar vijandschap openlijk zo vanaf begin jaren zeventig (eigenlijk ontstond ze toen ook pas als klasse in de USSR).
En die haat werd verklaard door het feit dat alles Spartak een beetje te gemakkelijk afging, walgelijk gemakkelijk.
In dat opzicht waren onze clubs elkaar tegenpolen. Dynamo vocht voortdurend voor lijfsbehoud in de Premier League (en is tot op heden de enige Russische club die daar, anders dan datzelfde Spartak, nog nooit is uitgevlogen. De overwinningen waren spaarzaam en kwamen tot stand door verbeten strijd op de grens van de menselijke mogelijkheden of door blunders van de tegenstander. Elke overwinning werd gezien als een zeldzaam wonder, een anomalie. Gelijke spelen en nederlagen vormden onze trieste, alledaagse werkelijkheid. Dynamo speelde uiterst houterig, hoewel het altijd goede voetballers in zijn gelederen had – maar als ze bij Dynamo kwamen leken ze als op commando het voetballen te verleren. Drie passes die achter elkaar aankwamen waren een zeldzame luxe. Een fraaie goal een uiterst zeldzame weelde. Een overwinning met aanvallend voetbal een bovennatuurlijk verschijnsel. Kortom, Dynamo scoorde moeilijk, werkte moeizaam, en de vruchten van dat werk en die strijd waren karig.
Tegen deze trieste, grijze (wit met lichtblauwe) achtergrond was Spartak een door het rood-witte lot verwende bofkont. Zeker, in bepaald opzicht waren zij ook pechvogels, jarenlang wisten ze geen kampioen te worden, waren ze ‘eeuwige tweede’, nu eens achter Kiëv dan weer achter nieuwkomers als Dynamo Minsk, Dnepr en Zenit. Maar vergeleken bij ons onafgebroken falen, met zijn vermoeiend strijd om lijfsbehoud, was er voor Spartak geen vuiltje aan de lucht. Het het gaat ook niet alleen, en niet eens zozeer, om de behaalde eindklasseringen (uiteindelijk werd Dyamo in 1986 opeens pardoes tweede, was de ploeg maar één doelpuntje verwijderd van de zegepraal; in 1987 keerden ze heelhuids terug naar de tiende stek, gelijk een hond naar zijn braaksel). Waar het om gaat is dat Spartak heel gemakkelijk speelde en won, ergerlijk makkelijk, walgelijk makkelijk.
Spartak hoefde meestal niet te vechten of te werken in een wedstrijd. Zij ‘speelden’ echt een spel, in de zuiverste vorm, die lui speelden en beleefden daar genoegen aan. Doorlopend in de aanval, een wervelwind van korte, snelle passjes, lange combinaties, waar de tegenstander hoorndol en gek van werd en de concentratie verloor. Het was een verfijnd soort ‘fladderen’ (het voetbal van Spartak werd denigrerend wel ‘ballet’ genoemd), fraai, prettig om te zien, maar dat bovennatuurlijke gemak wekte niet mijn bewondering, maar juist mijn ergernis en jaloeziet.
Waarom wij ons uit de naad werken en zij maar fladderen? Waarom moeten wij ons met de tanden aan de 14de of 16de plaats vastklampen, terwijl zij spelenderwijs op het ereschavot springen, ook al is het dan niet op het hoogste treetje? Hoe komt het dat de belangrijkste club van de KGB die elke speler kan inlijven die het wil, waar elk jaar nieuwe, goede spelers van naam komen, een zieltogend bestaan leidt? Terwijl oud-Dynamotrainer Beskov bij Spartak komt, een paar volslagen onbekende jonge jongens en oudgedienden uit Krasnodar en Kostroma haalt en twee jaar later kampioen wordt. Hoe komt dat? Hoe zit dat?
Eerlijk gezegd snap ik er nog steeds niets van.
Wat extreem heftige aanvallen van jaloezie opriepen, dat waren de overwinningen van Spartak op middenmoters en degradatiekandidaten. Als Dynamo thuis, laat staan uit, tegen iets van Neftitsj moest, dan kon je van alles verwachten, behalve een gemakkelijke, overtuigende overwinning. En er was altijd een dikke kans op een fiasco. En als er eens een overtuigende overwinning werd geboekt (een paar keer per seizoen), dan werd het gezien als een wonder dat uit de wit met lichtblauwe hemel was neergedaald. Als Spartak tegen Metallist of Kajrat moest, dan kon je bij voorbaat hun twee punten in de stand bijschrijven (zij maakten een paar keer per jaar ook een misstap, maar dat deed niets af aan de teneur).
Hun favoriete uitslag was 2-0. Daarin eindigden de wedstrijden van Spartak tegen clubs uit het rechterrijtje meestal. Een lichtvoetig fladderen over het veld, Spartak de hele tijd aan de bal, eindeloze ragfijne combinaties, een-tweetjes, vrijlopen. De wedstrijd is gedaan, er is geen twijfel aan de overwinning, alles is voor de bakker, je kunt met de roodwitte vlaggen zwaaien en complimenten schreeuwen. Ze zouden er ook 5-0 van kunnen maken, of meer, maar waarom zou je je inspanningen, je hoeft je niet in te spannen, je kunt op halve kracht spelen, een kalme overwinning boeken op grond van je klasse
Het was die herhaalde 2-0, moet ik zeggen, die je des duivels maakte. Die lui kregen alles op een presenteerblaadje, terwijl wij op apegapen lagen, zonder dat het enige zin had.
Trouwens, Dynamo ging er voortdurend letterlijk bij liggen – in wedstrijden tegen sterke tegenstanders was de tackle de voornaamste technisch—tactische handeling in het arsenaal van het team, je kreeg wel eens de indruk dat het team liggend speelde. Verdedigen, verdedigen, verdedigen, onzichtbare loopgraven en andere stellingen op het groene veld, aanvallen afslaan, aanvallen afslaan, dodelijk vermoeiend aanvallen afslaan. Terwijl Spartak helemaal geen verdediging leek te hebben. De onschendbaarheid van hun doel werd niet bereikt door defensieve middelen, maar door het voortdurende balbezit en het druk uitoefenen op het doel van de tegenstander. Aanval is de beste verdediging, zoals bekend, en dat gold al helemaal voor het Spartak van de jaren tachtig.
Voor de goede orde moet gezegd dat Dnepr, Minsk en vooral Kiëv Spartak deze gemakzucht dikwijls afstraften, dit ragfijne combinatiespel en het verzuim een betonnen defensie op te trekken, maar dat is weer een ander verhaal. Dat was niet onze jaloezie, maar die van hen, de Spartakfans. Ja, ze waren stinkend jaloers op het zegevierende, keer op keer kampioen wordende Kiëv.
Logisch geredeneerd zou Spartak eigenlijk niet het grootste object van jaloezie moeten zijn, maar juist Dynamo Kiëv, want dat was onvergelijkelijk veel succesvoller dan Spartak, zowel in de binnenlandse competitie, als op het Europese toneel. Maar jegens Kiëv bestond er geen jaloezie. Omdat ze niet fladderden, maar net als wij hard werkten en strijd leverden, zij het dan wel honderd keer beter. Hun spel had niet die specifieke lichtvoetigheid van Spartak, het deed eerder aan een soort stoomwals denken, maar dan een watervlugge. De mannen van Kiëv walsten over hun tegenstanders heen, maakten die letterlijk met de grond gelijk, en dat platwalsen had een soort militaire, slagveldachtige grootheid, en daarbij was geen sprake van jaloezie, maar van een bedaarde erkenning van deze grootheid.
Spartak had geen enkele grootheid. Ze hadden alleen die lichtvoetigheid en het gevoel dat ze alles cadeau kregen, op een wit schoteltje met een rood randje.
En wij maar slobberen uit ons afgebladderde vies grijsblauwe schaaltje, dat lang geleden eens wit met lichtblauw was geweest.
Zij hadden hun grote opgewekte, vrolijke en lichtvoetige 2-0
En wij hadden onze 0-0, 0-1, 0-0, 0-2, 1-1, 1-2, 0-0, 0-3, 0-5, en heel zelden, bij wijze van verrassing, iets van een zielige 1-0, een doelpunt in de 89ste minuut uit een penalty, terwijl de tegenstander anderhalve helft lang met negen man had gespeeld.
Zij het bont en de barken, wij stront en het varken.

Wat ik hier beschrijf, zijn de emoties uit mijn jeugd en jonge jaren, in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Er is sindsdien veel veranderd. Bij toenemende volwassenheid nam de betekenis van het voetbal, dat toch al niet op de eerste plaats kwam, aanzienlijk af. Hoewel ik het proces nog steeds, als vanouds volg, is dat nu vooral via de televisie en via een inmiddels buitengewoon overvloedige sportpers. Spartak heeft de overwinningsjaren negentig meegemaakt, toen het in de zwakke Russische competitie vrijwel geen concurrentie had. Het was nog walgerijker om te zien dan in de Sovjettijden, die fluitende overwinningen met 2-0 op Metallisten en Pachtakors. Dynamo vervolgde zijn zieltogende bestaan, al hoefde niet langer voor lijfsbehoud te worden gestreden, omdat het team merendeels in de middenmoot van de eindrangschikking stond, en maar heel zelden, tot hun eigen schrik, op een prijswinnende plek.
Toen kwamen de jaren nul, Spartak werd aanzienlijk minder, het kreeg sterke tegenstanders, de rood-witten hebben al meer dan tien jaar geen kampioenschap meer behaald. Een stoelendans van vage trainers en spelers, het verlies van het befaamde ‘Spartakspelletje’,het lichtvoetige, ragfijne spel met een-tweetjes en gaten trekken. Zodat de jaloezie, zou je denken, wel plaats zou maken voor leedvermaak.
Maar nee, er is nog steeds dat spoor van de oude, sterke afgunst over.
Omdat Spartak nog steeds, zelfs tegenwoordig, nu ze niet in allerbeste doen zijn, regelmatig hun befaamde lichtvoetige overwinningen ten beste geven, onder meer ook met 2-0. Ondanks alle moeilijkheden pakt het zo’n Wolga of Krasnodar simpelweg in. Lichtvoetig en zonder inspanning. De eerste goal zo in de twintigste minuut, de tweede in het begin van of halverwege de tweede helft. En geen enkele twijfel aan de overwinning.
En bij Dynamo wil het nog steeds maar niet lukken. Of liever, dat komt wel voor, maar heel, heel sporadisch. Al staan de zaken er nu niet zo hopeloos voor als in de jaren tachtig, het team speelt soms briljant, kan zelfs het genoemde Spartak oprollen, maar dat zijn toch het soort tamelijk zeldzame uitzonderingen (in de uitzichtloze jaren tachtig kwam ook wel eens een opklaring voor).
Tja, en wat de resultaten betreft, staat Spartak er voorlopig stukken beter voor.
Zodat de jaloezie tot op zekere hoogte intact blijft. Ze is alleen op natuurlijk manier iets afgezwakt, van de voorgrond verdwenen, ze heeft haar pijnlijke acuutheid verloren. Maar soms steekt ze nog de kop op, bij het kennisnemen van de uitslagen van weer een nieuwe speelronde: winnen die <…> weer, terwijl die <…> van ons, natuurlijk, weer eens jammerlijk hebben gefaald, allemachtig, waardeloos.
Vroeg of laat wordt Dynamo natuurlijk een keer kampioen. En ik weet precies hoe dat dan gaat.

De beslissing valt op de laatste dag. Dynamo speelt thuis tegen een middenmoter of een degradatiekandidaat, laten we zeggen tegen Krylja Sovetov (Samara). Een gelijkspel is genoeg voor het kampioenschap.
Dynamo dringt aan, Krylja bijt van zich af.
Halverwege de eerste helft krijgt Dynamo een penalty – die wordt gemist.
Aan het eind van de eerste helft scoort Krylja uit een van de spaarzame tegenstoten.
Aan het begin van de tweede helft wordt iemand van Dynamo van het veld gestuurd.
Dynamo blijft aandringen, hoge ballen voor de pot gooien.
Krylja komt een keer of twee, drie alleen voor de keeper, maar verzuimt als door een wonder te scoren.
Zo in de 80ste minuut wordt iemand van Krylja heengezonden.
In de 7de minuut van de blessuretijd schiet een aanvaller van Krylja op de paal.
In de 8ste minuut van de blessuretijd krijgt Krylja een penalty, de schutter mikt de bal op de lat.
De wedstrijd eindigt met 1-1, Dynamo wordt kampioen, en Krylja vliegt uit de Premier League.
De tribunes juichen, maar niet overdreven (Dynamo heeft toch niet zo veel supporters als sommige andere Moskouse clubs), en een van de oudere supporters, met een proletarisch Sovjetvoorkomen, zal beslist tot tranen zijn geroerd – omdat het heel lang geleden is, hij decennialang op deze gebeurtenis heeft moeten wachten.
Op hetzelfde moment vecht Spartak om de vijfde plaats (om zich voor de European League te plaatsen). Om hun doel te halen moeten ze iets van Wolga (Nizjni-Novgorod) verslaan, uit, met minstens twee doelpunten verschil.
En Spartak verslaat Wolga met 2-0. Lichtvoetig en bedaard, zonder overdreven krachtsinspanning. Het eerste doelpunt zo rond de twintigste minuut, het tweede aan het begin van of halverwege de tweede helft.